|
|
|
|
| 29 mei 2011 - zesde paaszondag |
|
|
|
|
|
|
|
|
|||||||||||
|
Lezingen: 1
Petrus 3,15-18
Wenst u de preken
thuis in uw elektronische postbus
te ontvangen?
U kunt
reageren
|
Jezus spreekt over de geest van de waarheid op de vooravond van zijn terechtstelling. De evangelist situeert de toespraak waaruit we lazen tijdens de laatste maaltijd die Jezus houdt met zijn vrienden. Hij weet heel goed dat hij straks gearresteerd wordt. En waarom dat gebeurt. Omdat de religieuze leiders zich keer op keer voor schut geplaatst voelen door zijn optreden. Niet omdat hij een nieuwe leer zou hebben verkondigd. Jezus sluit gewoon aan bij de opvattingen die in zijn dagen gangbaar waren. Iedereen was het er over eens dat God goed en barmhartig is, dat hij wees en weduwe nabij is, dat alle mensen hem even na ter harte gaan. Niemand zou dat in zijn dagen in vraag hebben gesteld. Iedereen stemde er mee in dat alle mensen zijn geschapen naar het beeld en de gelijkenis van God. Allen gelijkwaardig. Geen onderscheid tussen Jood en Griek, tussen slaaf en vrije, tussen man en vrouw. Zolang we ons op het theoretisch niveau bewegen is een meningsverschil nauwelijks denkbaar. En ook vandaag is dat zo. Niemand in de kerk zal zich publiekelijk uitspreken voor de meerwaarde van het ene ras boven het ander, de meerwaarde van de ene sexe boven de andere. Zolang we de praktijk ongemoeid laten, zijn we het allen best eens. Het kon wel eens anders worden wanneer we gaan kijken hoe die waarheid in praktijk wordt gebracht. Want daar barst de tegenstelling los. Jezus is inderdaad theoloog. Hij verduidelijkt de logica die bij God hoort. En hij doet dat op een heel eigen manier. Op een praktische manier. Hij is een theoloog die op straat loopt, en die ziet wat er gebeurt wanneer mensen zeggen dat ze in God geloven. Hij ziet hoe gelovigen bijzonder gevaarlijke mensen kunnen zijn. Vooral wanneer ze menen over de waarheid te beschikken. Hij ziet hoe mensen in naam van God elkaar uitsluiten, elkaar onrein verklaren en elkaar zelfs willen stenigen omdat ze niet beantwoorden aan de waarheid waarover zij menen te beschikken. Jezus ziet dat anders. God komt aan het licht waar ruimte wordt gemaakt voor de mens die niet meetelt, die niet gezien wordt. De menigte die Jezus volgt op zijn weg naar Jeruzalem maar die geen ruimte laat voor de tollenaar Zacheus krijgt lik op stuk wanneer Jezus zegt: bij jou, Zacheüs moet ik te gast zijn. De schriftgeleerden en Farizeeën die een overspelige vrouw willen stenigen krijgen lik op stuk wanneer Jezus zegt: Wie zonder zonde is, werpe maar. De blinde bedelaar Bartimeüs die om hulp roept wanneer Jezus voorbijkomt en die wordt toegesnauwd dat hij zijn mond moet houden, wordt door Jezus naar voor gehaald en genezen. Jezus plaatst de slachtoffers in het centrum. Hij maakt God op een andere wijze concreet. Het slachtoffer centraal. Daardoor komen heel nieuwe dingen aan het licht. Want wij staan dan niet langer in het centrum. Onze plaats wordt onderuit gehaald. Wanneer het slachtoffer centraal wordt geplaatst komt een heel andere wereld aan het licht. De geest van de waarheid waar Jezus over spreekt is geen theoretische waarheid, geen intellectuele Spielerei. Het is de geest die inspireert tot een zeer bepaalde manier van handelen. Het is de geest die de waarheid omtrent Jezus duidelijk maakt. Die de volle betekenis van Jezus laat doordringen bij de leerlingen. Die hen ervan doordringt dat het gaat om een leven, Jezus achterna. De evangelist Johannes zegt het heel duidelijk: "Wie de waarheid doet gaat naar het licht opdat van zijn daden mag blijken dat ze in God zijn gedaan". Het is een feitelijke waarheid dat de armoede in onze contreien steeds meer mensen treft, dat de vereenzaming toeneemt, dat zinzoekende mensen geen voedsel vinden voor hun ziel. Het is een christelijke waarheid dat we hen onze broeders en zusters noemen. En dat we die waarheid ook concreet maken. Wie dat alleen belijdt in hoog liturgische taal zonder daar consequenties aan te verbinden heeft nog geen ruimte gemaakt voor de geest van de waarheid. Het is duidelijk dat deze uitdaging niet uitsluitend door pastorale beroepskrachten kan worden waar gemaakt. Ik zie ook hoe mensen zich her en der in beweging laten brengen door deze geest. Hoe ze zich heel concreet tot broeder en zuster maken van medemensen. We kunnen als geloofsgemeenschap netwerken van verbondenheid ondersteunen waar we bij elkaar terecht kunnen. Hoe we God concreet maken in het alledaagse leven, hoe we de logica die bij God hoort vertalen in onze omgang met elkaar, dat is de uitdaging waar we samen voor staan. Het voorgaan in de gemeenschap dat de taak is van de professionele beroepskrachten staat helemaal in deze dienst. In openheid voor de geest van de waarheid, dienstbaar zijn aan mensen, als dienst aan God. Mogen we trouw blijven aan de beweging die door de geest in gang werd gezet. Ignace D’hert o.p. |