|
|
|
|
| 28 augustus 2011 - twee-entwintigste zondag |
|
|
|
|
|
|
|
|
|||||||||||
|
Lezingen: Jeremia
20,7-9
Wenst u de preken
thuis in uw elektronische postbus
te ontvangen?
U kunt
reageren
|
Eerste mogelijkheid: Nadat Petrus, als woordvoerder van de apostelen, gezegd had: 'Jezus, voor ons bent U de Messias', begon Jezus hen uit te leggen dat Hij, Messias zijnde, veel zou moeten lijden. Vanaf toen is Hij dat beginnen uitleggen. Dat suggereert dat Jezus dat niet één keer maar misschien wel twintig keer heeft moeten uitleggen. M.a.w. dat in Jezus' visie 'Messias zijn' en 'lijden en sterven' onlosmakelijk verbonden waren, is maar heel langzaam tot de leerlingen doorgedrongen. Toen Jezus daar de eerste keer over begon, klonk hun dat volslagen onzinnig in de oren. Een Messias die moet lijden en sterven, stond haaks op het beeld dat zij zich van de komende Messias gevormd hadden. Als kinderen van hun tijd, als diepgelovige Joden, levend onder de Romeinse bezetting, keken ze reikhalzend uit naar de Messias, naar een Redder, naar iemand die de Romeinen zou verjagen, iemand die, door God tot koning gezalfd, ervoor zou zorgen dat Gods uitverkoren volk kon genieten van vrijheid en vrede, van welvaart en welzijn. En eens dat voor zijn volk gerealiseerd, zou die Messias zijn rechtvaardige heerschappij uitbreiden over de hele wereld zodat alle volkeren konden delen in dat universele geluk. Naar zo'n Messias - een rechtvaardige, zegevierende, binnenwereldse vorst - kijkt het religieuze jodendom uit, van in de tijd van het Oude Testament tot op onze dagen. En met die visie waren dus ook de apostelen destijds opgegroeid. Het is dan ook begrijpelijk dat tegen die achtergrond Petrus - impulsief als hij is - uit zijn krammen schiet als Jezus zegt dat Hij naar Jeruzalem wil waar de oudsten, de hogepriesters en de schriftgeleerden Hem staan op te wachten om Hem ter dood te brengen. Van een dode Messias is immers weinig bevrijding en rechtvaardige wereldorde te verwachten. Als we er dus van uitgaan dat, in onze tekst,
Petrus het woord 'Messias' verstaat vanuit zijn klassieke joodse
achtergrond, dan is zijn protest zo logisch als wat. De moeilijkheid
is dat Jezus heel anders aankijkt tegen zijn messiasschap.
Tweede mogelijkheid: Ik wil niet helemaal uitsluiten dat Petrus zich
vanaf de eerste keer wèl door Jezus liet overtuigen, en dat hij dus
van bij het begin begrepen had dat Messias-zijn voor Jezus geen zaak
was van macht en wereldheerschappij, maar een zaak van het hart.
In de veronderstelling dat Petrus toen reeds een juist beeld had van het messiasschap van Jezus, is het protest van Petrus zo menselijk als wat. Waarom reageert Jezus dan met ‘Weg jij, satan’? Misschien moeten we nog een derde mogelijkheid onder ogen zien. Veronderstellen dat Jezus Petrus uitscheldt voor 'satan' omdat Hij geen begrip kon opbrengen voor zijn vriend die Hem in bescherming wilde nemen, strookt niet echt met de grootmenselijkheid van Jezus waarover alle Nieuwtestamentische getuigenissen het eens zijn. Maar is het niet denkbaar dat het probleem niet bij
Petrus maar bij Jezus lag? Namelijk dat Jezus aan zichzelf begon te
twijfelen, juist omdàt Hij zich zo goed kon inleven in Petrus'
reactie? Dat Hij zich begon af te vragen of Petrus het misschien toch
bij het rechte eind zou kunnen hebben... of het toch niet verstandiger
zou zijn Jeruzalem maar links te laten liggen...?
Als Jezus hier herhaalt: ‘Weg jij, satan’, dan richt Hij zich niet tot Petrus maar tot de verleider die Hem, via Petrus, tracht af te brengen van het messiaanse pad dat de Vader voor zijn Zoon had uitgetekend. Door het handige spel van de verleider werd voor Jezus 'Petrus de steenrots' bijna 'Petrus het struikelblok'. Wel krijgt Petrus te horen dat hij zich niet moet laten leiden door menselijke overwegingen maar door wat God wil. Want voor hem, én voor Jezus, én voor ieder van ons, geldt dat, als perspectieven bedreigend zijn of als de vooruitzichten ons niet bevallen, de bekoring aanlokkelijk is om een zijweg in te slaan en elders zijn heil te gaan zoeken. ‘Ontvlucht je verantwoordelijkheid niet’, waarschuwt Jezus ‘Durf de werkelijkheid onder ogen zien. Want wie mij wil volgen, moet bereid zijn zijn kruis op te nemen. Wie zijn leven wil redden door een eventueel struikelblok te ontwijken, zal het verliezen.’ Je kunt beter die steen optillen en hem een eindje verder dragen tot waar hij kan gebruikt worden om er iets moois mee op te bouwen. Marc Christiaens o.p. (Schilde) |